Tell-a-Friend Print pagina Terug
“Energiebelasting ook voor midden- en grootverbruikers”
17-02-2010
Midden- en grootverbruikers van energie moeten ook energiebelasting gaan betalen. Dit is nodig omdat deze verbruikers nu nog onvoldoende worden geprikkeld tot energiebesparing. Door een verdere vergroening moet dit wel mogelijk zijn. Om te voorkomen dat de energie-intensieve industrie die concurreert op de wereldmarkt, in de problemen komt, moet deze worden gecompenseerd met meer subsidie op energie-investeringen.
Dat staat in een rapport van milieuadviesbureau CE uit Delft in opdracht van het ministerie van VROM. Het bureau heeft onderzocht hoe een verdere vergroening van het belastingstelsel kan worden bereikt. Volgens CE is de verbreding van de energiebelasting is noodzakelijk omdat de stapsgewijze verhoging zich geconcentreerd heeft op huishoudens en kleinverbruikers (de eerste schijf). “Hierdoor worden midden- en grootverbruikers nog onvoldoende geprikkeld tot energiebesparing. Met de sterk degressieve structuur van de Energiebelasting laat Nederland kansen lopen voor kosten-efficiënte energiebesparende maatregelen en vermindert de energie-efficiënte in de industrie.”
CE stelt ook voor de fiscale kortingen voor met name de energie-intensieve
industrie (o.a. vrijstelling EB elektriciteit voor convenantpartijen en de
landbouw (kortingen op de Energiebelasting voor de glastuinbouw en rode
dieselaccijnskorting) af te schaffen. “Het wegnemen van uitzonderingen en
kortingen vereenvoudigt het fiscale stelsel. Dit geldt eveneens voor het
optrekken van de tarieven van schijf twee en drie tot het niveau van de eerste
schijf (‘EB-vlaktaks’). Naar verwachting is onder deze (laatste categorie)
energiegebruikers het aandeel energie in de productiekosten en de internationale
oriëntatie bescheiden zodat hun concurrentiekracht niet wordt aangetast. Voor
die sectoren waar het wel een substantieel onderdeel van de productiekosten is,
is terugsluizing een serieuze optie omdat lastenverzwaring
niet het doel is van vergroening”, aldus CE, die een verdere subsidiëring op
energiebesparinginvesteringen voorstelt.
Dat vraagt ook Europese afstemming, zegt CE. “Via de Energiebelasting voor
grootverbruikers kan een bodemprijs ontstaan voor de CO2-prijs binnen het
Europese systeem van emissiehandel (ETS). Een CO2-bodemprijs kan een oplossing
zijn voor het probleem van sterk fluctuerende en lage CO2-prijzen. Het
verminderen van onzekerheid heeft een positief effect op de betaalbaarheid van
het
Klimaatbeleid.”
De verbreding is onderdeel van een 4 stappenplan, dat CE voorstelt. Zo moet er
ook een nieuwe CO2-heffing als onderdeel van de energiebelasting worden
geïntroduceerd. “De bestaande fiscale behandeling van brandstoffen sluit niet
aan bij de CO2-uitstoot van de brandstoffen. Zo is de accijnsvermindering voor
LPG en rode diesel niet in lijn met de koolstofinhoud van beide brandstoffen en
bovendien uit oogpunt van luchtkwaliteit niet meer te rechtvaardigen”, vindt CE.
“Dit betekent dat de belastingen een CO2-deel kennen, gekoppeld aan de
koolstofinhoud (over de hele keten) van de brandstof en een energiedeel,
gekoppeld aan de energie-inhoud. Deze gecombineerde heffing kent ook een
duidelijke beleidsmotivatie: de wens om minder afhankelijk te worden van
energie-importen (zowel fossiele brandstoffen als biomassa, energiecomponent) en
de ambitieuze klimaatdoelen (CO2-component).”
Verder zou de energiebelasting uitgebreid kunnen worden met nieuwe fiscale grondslagen import/productie van natuurlijke grondstoffen (hout, vis, vlees) en ruimte. “De meest eenvoudige maatregel is om vlees uit het verlaagde BTW-tarief (6%) over te hevelen naar het 19%-tarief, wat past in de wenselijkheid om tot een minder (dierlijk)eiwitrijk eetpatroon te komen.”
Bron: CE


